Een effectieve website begint bij goede content. Het is belangrijk dat die content helder is en voor iedereen is te begrijpen. Maar hoe schrijf je begrijpelijke content? Dit blog bevat praktische tips die je direct kunt toepassen!

Tips voor begrijpelijke content op taalniveau B1

Je website kan er heel mooi uitzien, maar de content is waar het om gaat. De content op je website kan verschillende doelen hebben. Zoals mensen informeren of aanmoedigen om iets te doen. Die doelen bereik je niet als mensen de tekst niet begrijpen. Een leesbare, begrijpelijke tekst bereikt veel beter zijn doel. Ook hoogopgeleide mensen vinden een leesbare tekst prettiger en makkelijker om te lezen. Maar hoe schrijf je een goed leesbare tekst? Vaak lees je dat je hiervoor taalniveau B1 moet aanhouden. Maar wat is taalniveau B1 en hoe pas je dat toe in je teksten? In dit blog leg ik uit wat taalniveau B1 betekent en geef ik je tips voor het schrijven van begrijpelijke content.

Heldere tekst

Wat is taalniveau B1?

Taalniveaus geven aan hoe taalvaardig iemand is. Het taalniveau is een schaal die loopt van A1 (laagste niveau) tot C2 (hoogste niveau). Dat betekent dat iemand met taalniveau C2 moeilijke teksten begrijpt. Taalniveau B1 is eenvoudige taal. De meeste mensen begrijpen teksten die voor dit niveau zijn geschreven. Het is niet voor niets dat de Rijksoverheid taalniveau B1 als uitgangspunt gebruikt voor de teksten. De teksten van de Rijksoverheid zijn daarom voor iedereen te begrijpen. Ook als je content schrijft die bedoeld is voor hoger opgeleiden is het goed om taalniveau B1 te gebruiken. Tekst op B1 niveau is namelijk voor iedereen makkelijker om te lezen en te begrijpen.

 

Duidelijke titel en tussenkoppen voor een goede structuur

Je begrijpt een tekst beter als die een duidelijke titel en tussenkoppen heeft. Hierdoor kun je namelijk zonder de tekst helemaal te lezen al zien waar die over gaat. Bovendien kun je de structuur en opbouw van de tekst door tussenkoppen duidelijk zien. Zorg ervoor dat je tekst een logische opbouw heeft, waarbij de tussenkoppen aangeven waar dat deel van de tekst over gaat. Gebruik niet meer dan 300 woorden onder elke tussenkop. Opsommingen in de vorm van puntenlijstjes zijn ook een goede manier om tekst beter leesbaar te maken. Verder is het belangrijk om signaalwoorden te gebruiken. Die geven ook structuur aan je tekst en helpen de lezer. Signaalwoorden geven aan welk verband er tussen alinea’s en zinnen bestaat. Voorbeelden van signaalwoorden zijn: toen, daarna, hier, daar, toch, hoewel, ook en bovendien.

 

Gebruik makkelijke woorden

Voor taalniveau B1 gebruik je makkelijke woorden. Dit zijn woorden die bijna iedereen wel kent. Formeel taalgebruik en jargon moet je dus voorkomen. Gebruik ook geen afkortingen, want die kent niet iedereen allemaal. Schrijf dus voluit. Twijfel je of een woord geschikt is? Gebruik dan de website ‘Is het B1’. Hiermee kun je testen of een woord geschikt is voor B1. Een ander handig hulpmiddel is een synoniemenwoordenboek. Die vind je bijvoorbeeld op de site Synoniemen.net.

Het bepalen van het taalniveau is geen exacte wetenschap. Daarom zullen er altijd kleine verschillen zijn in teksten die voor B1 zijn geschreven. Bovendien is het soms lastig om moeilijke woorden te voorkomen. Zorg er dan in ieder geval voor dat het onderwerp en de boodschap duidelijk zijn. Je kunt moeilijke woorden uitleggen door voorbeelden te gebruiken.

 

Schrijf korte en duidelijke zinnen

Lange zinnen zijn vaak lastiger om te begrijpen. Voor taalniveau B1 moet je dus korte, duidelijke zinnen gebruiken. Deel lange zinnen op in kortere zinnen. Gebruik in je tekst de tegenwoordige tijd. Dat leest makkelijker. Je kunt teksten duidelijker maken door concreet en specifiek te zijn. Concreet betekent dat je precies aangeeft wat je bedoelt. Schrijf dus niet ‘een tijdje’, maar ‘een week’. Specifiek betekent dat je iets niet te algemeen opschrijft. Schrijf dus ‘staafmixer’ in plaats van ‘keukenapparaat’. Gebruik verder geen beeldspraak, stijlfiguren, uitdrukkingen en gezegden. Die zijn niet concreet en specifiek. Bovendien kent niet iedereen ze allemaal.

Hulpwerkwoorden kun je vaak weglaten. Veelgebruikte hulpwerkwoorden zijn ‘kunnen’, ‘zullen’ en ‘gaan’. Door die weg te laten worden zinnen korter en krachtiger. De zin ‘Om twee uur zal de algemeen directeur een presentatie geven’ kun je aanpassen naar ‘De algemeen directeur geeft om twee uur een presentatie’. De combinatie ‘zal geven’ vervang je hier door ‘geeft’. De zin wordt daardoor korter en directer.

 

Gebruik actieve zinnen

Vermijd de lijdende vorm. Actief schrijven maakt een tekst duidelijker en bovendien persoonlijker. Je doet dat door onderwerpen (personen) in een zin te gebruiken. Schrijf dus ‘Wij regelen dat voor u’ en niet ‘Dat wordt voor u geregeld.’ Je kunt ook de gebiedende wijs gebruiken. ‘Actief schrijven maakt een tekst duidelijker’ vervang je dan door ‘Schrijf actief, dat maakt een tekst duidelijker.’

Actief schrijven is best lastig. Teksten bevatten daarom vaak zinnen in de lijdende vorm. Je herkent de lijdende vorm bijvoorbeeld aan ‘wordt’ of ‘worden’. Probeer zulke zinnen in de actieve vorm te schrijven.

 

Is de content op jouw website voor iedereen begrijpelijk?

De tips in dit blog helpen je om heldere, begrijpelijke content te schrijven voor je website. Heb je hier moeite mee of geen capaciteit voor? Onze buitengewone contentspecialisten staan voor je klaar om je hiermee te helpen!